|
Hubertus Vereniging Vlaanderen vzw – Memorandum
MEMORANDUM JACHT 2009-2014
Naar de invulling van een “Concept Vlaams Wildbeheer”
Hubertus Vereniging Vlaanderen (HVV) wenst als inleiding op dit memorandum terug te komen op de beleidsnota van de Minister bevoegd voor Leefmilieu en Natuur 2004 – 2009. Op pagina 8 van deze nota kunnen volgende 2 belangrijke paragrafen teruggevonden worden:
“Het Vlaams Beleid inzake leefmilieu en natuur moet dus efficiënt, coherent en overlegd zijn, waarbij Vlaamse overheid en Vlamingen samen als partner participeren. Dit betekent dat we streven naar meer milieuresultaat met minder overbodige regels.”
En: “We herstellen het vertrouwen bij de actoren in de open ruimte en doen een objectieve evaluatie van de diverse instrumenten. Het accent zou hierbij verlegd kunnen worden van een actief en demonstratief overheidsingrijpen naar een aanmoedigend beleid.”
Hubertus Vereniging Vlaanderen juicht deze visie toe en ervaart dit als een positief signaal naar de actoren in het buitengebied. Deze visie gaf een nieuwe impuls om de nodige initiatieven te nemen en bij te dragen aan de lange termijn doelstelling inzake natuur en bosbeleid zodat Vlaanderen zich tegen 2010 kan vergelijken met andere economische topregio’s op het vlak van biodiversiteitsbehoud.
Een verderzetting van dit voorgeschreven beleid is dan ook een noodzaak, want ondanks de geleverde inspanningen en de mooie resultaten in de voorbije legislatuur, kan Hubertus Vereniging Vlaanderen stellen dat dit werk zeker nog niet als voltooid mag beschouwd worden.
Daarnaast wenst HVV ook enkele zaken mee te geven die allen gelijkwaardig deel uitmaken en belangrijk zijn in de verdere ontwikkeling van het “Concept Vlaams Wildbeheer”.
1) Onzekerheid werkt verlammend op privé- investering wild- en natuurbeheer
De return die men kan verwachten van een investering in natuur en meer algemeen het buitengebeuren, is vaak laag en is soms zelfs negatief. Het foutieve beeld dat een investering vanuit privé initiatief een negatieve return oplevert voor de biodiversiteit is bij sommige actoren in het natuurbehoud nog niet veranderd. Hubertus Vereniging Vlaanderen is echter van oordeel dat het gebrek aan aanmoedigend beleid de oorzaak is van een gebrek aan motivatie om te investeren in de natuur. Er is een verband tussen de demotivatie om te investeren in wild en natuurbeheer en de onzekerheid over de eigendomssituatie/gebruiksactiviteiten op lange termijn indien ergens uitzonderlijke natuurwaarden op een privé-terrein in de aandacht komen.
2) Thematische taakverdeling op het vlak van natuurbeheer voor de verschillende gebruikers van het buitengebied
De onzekerheid omtrent eigendom en gebruiksrechten heeft niet enkel invloed op de zin tot investering, maar zorgt ook voor de nodige problemen op het vlak van planmatig wildbeheer. “Adaptive Management” is een langdurend proces waar de nodige inzichten verworven dienen te worden. Door de erkenningperiode van de wildbeheereenheden op 6 jaar te brengen, werd hier al een stuk aan tegemoet gekomen. Maar het probleem zit hem in de visie omtrent de beheerdoelstellingen vanuit verschillende invalshoeken van de diverse actoren in het buitengebeuren.
Meer en meer geraken de overheidsdomeinen verweven in de structuren van de
wildbeheereenheden. Op naast elkaar liggende percelen kan men soms een tegengestelde beheerdoelstelling toegepast zien.
Wildbeheereenheden zijn juist een verzameling van jachtgebieden met overkoepelende doelstellingen welke gerealiseerd moeten worden binnen het afgebakende werkingsgebied.
Hubertus Vereniging Vlaanderen drukt er dus ook op dat de doelstellingen thematisch gezien moeten worden: dit betekent echter niet dat de beheeractiviteiten (maatregelen) losgekoppeld moeten worden van de eigendomssituatie (zie eerder).
HVV streeft er wel naar om de doelstellingen binnen een geografische entiteit homogeen te maken. HVV ziet hier dan ook een duidelijke rol weggelegd voor de wildbeheereenheden en een opwaardering van het wildbeheerplan dringt zich op (zie paragraaf administratieve vereenvoudiging).
Hiermee komt men ook tegemoet aan de hoger vermelde accentverschuiving “Het accent zou hierbij verlegd kunnen worden van een actief en demonstratief overheidsingrijpen naar een aanmoedigend beleid”
De rol van de overheid wordt in dat opzicht dan ook herleid tot het monitorren van de
beheerdoelstellingen en het evalueren van duurzame bejaging binnen deze beheerentiteit waar de 3 peilers (sociale, economische en ecologische peiler) aan bod komen en als het ware de verbinding vormen tussen de thematische gebruikers.
Iedere thematische gebruiker wordt dan ook op een gelijkwaardige, maar verschillende manier gerespecteerd en gewaardeerd voor zijn doelstellingen en acties die hij neemt om algemeen te streven naar de vooropgestelde (Europese) instandhoudingsdoelstellingen.
Dit moet de taakverdeling en responsabilisering duidelijk naar voor brengen zodat de
verschillende partners zich kunnen specialiseren, organiseren en focussen op de verwachte taakuitvoering in het hun toevertrouwde en gekende domein.
3) Administratieve vereenvoudiging
Het wildbeheerplan moet in de komende legislatuur geëvalueerd worden. Momenteel wordt de Vlaamse jagerij bedolven onder administratieve verplichtingen. Denken we maar aan de verschillende afschotplannen, diverse meldingen en aanvragen voor bijzondere bejaging. Naar alle waarschijnlijkheid valt er ook nog administratie in surplus te verwachten bij de uitvoering van het Soortenbesluit.
Momenteel is de vigerende wetgeving niet voorzien om met behulp van wildbeheerplannen ontheffingen aan te vragen op verbodsbepalingen. Wettelijk moet dit mogelijk gemaakt worden en daarnaast is een evaluatie nodig van de vandaag in omloop zijnde formulieren en meldingsprocedures. Deze kunnen dan herschreven worden in het licht van het aangepaste wildbeheerplan. Het streefbeeld zou moeten zijn om alle administratie zoveel mogelijk te integreren in het wildbeheerplan.
4) Maximaliseren van creativiteit en lokaal “adaptive management”
Europa heeft duidelijke richtlijnen omtrent het behoud van soorten. We denken hierbij aan de vogel- en habitatrichtlijnen. Hubertus Vereniging Vlaanderen en de ganse Vlaamse jagerij staan volledig achter de doelstellingen opgelegd door Europa. De mogelijke beheermaatregelen daarentegen, zijn volgens HVV te beperkend om de doelstellingen te behalen.
Zoals in punt 1) omschreven is het gebrek aan stimulerend beleid een rem op de privé investeringen in wild en natuurbeheer.
Dat de soorten in goede staat van instandhouding gebracht moeten worden, betekent
echter niet dat het verwijderen van een individueel specimen van de betrokken soort een invloed heeft op de algemene instandhouding van die soort.
Door er duidelijk voor te opteren om beheeractiviteiten gekoppeld te houden aan de
eigendomssituatie of pachtregelgeving, dringt een intensief en gerationaliseerd gebruik van de beheerinstrumenten zich op om juist de doelstellingen over een grotere oppervlakte te kunnen behalen.
De vigerende wetgeving is echter te beperkend en misschien beter omschreven als “ te voorgeschreven” om juist de vooropgestelde doelstellingen binnen het thematisch beleid te behalen. Het formuleren van doelstellingen, die getoetst zijn door externe organisaties (overheidsinstellingen) aan een groter kader Instandhoudingsdoelstellingen), moet een kader geven waarbinnen een wildbeheereenheid kan opereren. Creativiteit en het op zelfstandige wijze ontwikkelen van nieuwe technieken en specifieke maatregelen, aangepast aan de locale condities, zouden de katalysatoren moeten worden van het Vlaamse wildbeheer in de toekomst.
Hubertus Vereniging Vlaanderen is momenteel van oordeel dat het beleid teveel op
maatregelen (actief en demonstratief overheidsingrijpen) gefocust is. Terwijl het beleid zich moet focussen op de doelstellingen en concrete maatregelen over zou moeten laten aan de actoren op het terrein. Het vooropgestelde concept van “partnership” is nog te zwak uitgewerkt om resultaat te geven.
Conclusie
De onzekerheid die nog bestaat kan voor een stuk weggenomen worden door de gebruikers de nodige perspectieven te bieden op het vlak van investeringen. Het opstellen van lange termijn visies en het investeren in kwaliteit van wildbeheerplannen, zal enkel maar zin hebben als de gebruikers een zekerheid hebben op langere termijn over het voortbestaan van hun activiteit.
Juist zoals het consumentenvertrouwen afhankelijk is van het verwachte inkomen van
mensen, hangt de bereidheid om te investeren in wild en natuurbeheer af van de relatie tussen datgene wat men er verwacht uit te halen ten opzichte van datgene wat men erin investeert. Het is nu de taak van de overheid om deze balans, die momenteel nog steeds negatief is, effectief te laten omslaan.
Hubertus Vereniging Vlaanderen hoopt met dit memorandum de pijnpunten in het huidige wild- en natuurbeleid bloot te hebben gelegd en de nodige inspiratie te hebben aangeleverd om het huidige beleid bij te sturen.
HVV zal ook naar de toekomst toe ter beschikking blijven om mee te werken aan een duurzaam wildbeheer in Vlaanderen.
Terug naar boven
|