HVV wenst alle toekomstige jong-jagers veel succes toe met de jachtcursus
WelkomHVVThema'sNieuwsShopProvincies & WBE'sContact
Algemeen jachtnieuws
 
 
HVV Trichomoniasis of ‘het geel’ bij houtduiven
   
 

Sinds de eindejaarsperiode wordt een verhoogde sterfte vastgesteld bij houtduiven. Uit onderzoek blijkt dat de parasiet Trichomonas gallinae veelal verantwoordelijk is voor deze sterfte. De ziekte die de parasiet veroorzaakt, ‘het geel’ genaamd, komt voornamelijk voor bij duifachtigen. Jonge duiven zijn gevoelig voor de ziekte en vertonen duidelijke ziekteverschijnselen, vaak met de dood als gevolg. Oudere duiven kunnen drager zijn van de parasiet en kunnen deze ook doorgeven aan hun jongen via de kropmelk, maar worden meestal zelf niet ziek. Naast duiven werd de ziekte ook regelmatig geconstateerd bij roofvogels. Bij roofvogels treedt besmetting vermoedelijk op door het eten van besmette dieren. Tot voor kort was de ziekte niet bekend bij andere vogelsoorten, met uitzondering van een occasionele besmetting van in gevangenschap gehouden vogels zoals hoenderachtigen. Sinds 2005 echter wordt de ziekte regelmatig geconstateerd bij in het wild levende vinkachtigen (zoals groenlingen) en werden enkele gevallen van andere zieke vogelsoorten geconstateerd. Voor besmetting van zoogdieren en de mens is er, voor zover gekend, geen risico.


Ziektebeeld
Zieke vogels zijn vaak mager en lusteloos en zetten hun veren op. Andere kenmerken van besmette duiven zijn het verschijnsel van kwijlen en oprispen van voedsel. Daarnaast hebben veel dieren ook problemen bij de ademhaling en het slikken. Vinken en duiven hebben vaak een nat verenkleed rond de bek. In enkele gevallen en in een later stadium van de ziekte kan je vanop afstand reeds een zwelling van de nek waarnemen. Bij zieke of dode duiven kan je meestal typische gele, knoopvormige afzettingen terugvinden in de keel- en snavelholte. Soms echter zijn niet zozeer de neus- en keelholte, maar wel de organen aangetast.
Na infectie kan sterfte reeds na 4 dagen optreden.


Verspreiding
De verspreiding van de parasiet verloopt via:
- Doorgeven van voedsel (bv.: kropmelk).
- Drinkwater.
- Het opnemen van besmet voedsel.
Hogere temperaturen en weinig regenval bevorderen eveneens de verspreiding van de parasiet, door een verhoging van zijn overlevingskansen en een concentratie van drinkplaatsen door het droogvallen van vele plassen, waardoor contactmomenten met de parasiet kunnen toenemen.


Preventie
In eerste instantie is het vooral van belang om de verspreiding van de ziekte te voorkomen, gezien een behandeling van in het wild levende dieren onmogelijk is. Daartoe kan je een aantal preventieve maatregelen handhaven:

Algemene tips voor alle particulieren:


  • Als je merkt dat vogels in de omgeving besmet zijn , voeder je best tijdelijk (2-4 weken) niet bij en laat je de drinkbak (vogelbad) leeg. Blijf je toch bijvoederen, zorg dan voor een optimale hygiëne:
    • Ontsmetten van voederplank en drinkgelegenheid met een 10 % bleekwater oplossing.
    • Dagelijks verversen van voedsel en water.
    • Volledig laten drogen van de drinkbak vooraleer je nieuw water toevoegt.
  • Dien geen medicatie toe aan wilde vogels. De medicatie werkt immers enkel indien ze nauwkeurig gedoseerd wordt. Toedienen van medicatie (via voedsel of drinkwater) aan vogels in het wild kan een averechts effect hebben wanneer resistentie van de parasiet aan medicatie optreedt.
  • Zieke vogels kunnen terecht in de erkende vogelopvangcentra. Neem verder contact met deze centra voor de te volgen procedure.
  • Neem voorzorgen bij het hanteren van de kadavers (bv.: dragen van handschoenen). Hoewel geen risico’s voor de mens bekend zijn van deze ziekte, is het beter voorzichtig te zijn. Bovendien zijn zieke dieren meer vatbaar voor andere ziektekiemen die wel gevaarlijk kunnen zijn voor de mens (bv.: Salmonella) en is de diagnose van een ziek dier niet steeds eenduidig.
  • Verwijder de kadavers van gestorven zieke vogels uit je tuin om besmetting van andere in het wild levende vogels te voorkomen.

Specifieke tips voor jagers:

  • Bij het voederen van fazanten en patrijzen in het jachtrevier maak je best gebruik van gesloten voederinstallaties afgesteld op de juiste hoogte om het contact tussen besmette houtduiven en de wildsoorten beperkt te houden.
  • In het reguliere afschot van houtduif kan je je toespitsen op zieke vogels. Op die manier kan overdracht van de ziekte deels beperkt worden. Gebruik de geschoten zieken duiven in geen geval voor consumptie en draag handschoenen bij het hanteren van de kadavers.
  • Verwijder de kadavers van gestorven zieke vogels uit je jachtrevier om besmetting van andere in het wild levende vogels te voorkomen.
     

 

   
 
 
( ga terug )
   
   
created by  
WelkomHVVThema’snieuwsShopProvincies & WBE’SContact
Hubertus Vereniging Vlaanderen vzw • Lambermontlaan 410 • 1030 Brussel • T. +32 (0)2 242 00 45 • info@hvv.be